logo-gayhaarlem

Oudejaarsconference

Het was afschuwelijk koud in Haarlem, het sneeuwde en het begon donker te worden.
Het was ook de laatste avond van het jaar 2013, oudejaarsavond.

In die kou en in dat donker liep er op straat een arm homoseksueel jongetje, zonder warme muts en op blote voeten. Hij had wel sneakers aangehad toen hij van huis ging, maar dat hielp niet veel: het waren hele grote sportschoenen, z'n broer had ze het laatst gedragen, zo groot waren ze, en het homoseksuele jongetje had ze bij het oversteken verloren, toen er twee auto's vreselijk hard voorbijvlogen. De ene sneaker was niet te vinden en met de andere ging een mooie stoute jongen mee vandoor: hij zei dat hij hem als wieg kon gebruiken als hij later kinderen kreeg !
Daar liep dat jongetje dus op z'n blote voeten, die rood en blauw zagen van de kou. In een broekzak had hij een heleboel lucifers en één bosje hield hij in zijn hand. Hongerig en koud liep hij daar en hij zag er zo zielig uit, de arme stakker! De sneeuwvlokken vielen in zijn lange, blonde haar, dat zo mooi in zijn nek krulde, maar aan dat soort dingen dacht hij echt niet. Uit alle ramen scheen licht naar buiten en het rook overal zo lekker naar gebakken oliebollen en wit poeder; het was immers oudejaarsavond en daar dacht hij wel aan.

In een hoekje tussen twee huizen op de Gedempte Oude Gracht, waarvan het ene een beetje vooruitstak, ging het mooie jongetje in elkaar gedoken zitten. Zijn benen trok hij onder zich op, maar hij kreeg het nog kouder, en naar huis durfde hij niet. Zijn vader zou hem slaan omdat hij jongens leuker vond dan meisjes en thuis was het trouwens ook koud. Ze woonden vlak onder het dak en daar blies de wind doorheen, ook al waren de ergste kieren met stro en oude lappen dichtgestopt.
Het mooie jongetje met de blonde krullen had bijna geen gevoel meer in zijn handen van de kou. O, wat zou een lucifer lekker warm zijn! Zou hij er eentje uit het bosje durven trekken en het tegen de muur afstrijken om zijn handen te warmen?
Hij trok er een uit. "Ritsss..." Wat vlamde dat, wat brandde dat! Het gaf een warm, helder vlammetje, net een kaarsje, toen hij zijn handen eromheen hield. Een wonderlijk licht gaf het. Het jongetje dacht dat hij voor een grote, ijzeren kachel zat met glimmende kerstballen. Het vuur brandde zo heerlijk, het was zo lekker warm.
Maar wat was dat? Het jongetje strekte zijn voeten al uit om die ook te warmen - toen ging de vlam uit, de kachel verdween - en zij zat met een stompje van het afgebrande zwavelstokje in zijn hand.

Het homoseksuele jongetje stak er nog een aan. Het brandde, het gaf licht en waar het schijnsel op de muur viel, werd die doorzichtig, net als een sluier. Hij keek zo de kamer in, waar de tafel gedekt was met een spierwit tafelkleed, met het fijnste porselein. De oliebollen en appelflappen, stonden heerlijk te dampen. En wat het aller-heerlijkst was, de oliebollen sprongen van de schaal en waggelden met een vork en mes in hun rug over de grond. Ze kwamen recht op het mooie homoseksuele jongetje af; toen ging de lucifer uit en was alleen de dichte, koude muur er nog.
Hij stak er nog een aan. Toen zat hij onder de mooiste kerstboom, nog groter en nog rijker versierd dan de boom die hij door de glazen deur bij de rijke psychiater had gezien, vorig jaar met Kerstmis. Er brandden wel duizend kaarsjes aan de groene takken, en gekleurde prentjes, zoals je die in etalages ziet, en keken hem aan. Het jongetje strekte zijn beide handen uit - toen ging de lucifer uit, de vele kerstkaarsjes gingen de lucht in en veranderden in sterren, zag hij. Eentje viel er en liet een lange streep van vuur achter aan de hemel. "Nu komt er iemand uit de kast," zei het jongetje. Want zijn oude grootmoeder, de enige die lief voor hem was geweest, maar die nu dood was, had gezegd: "Als er een ster valt, komt er een homo uit de kast."

Hij streek weer een lucifer af tegen de muur, het gaf licht en in het schijnsel stond zijn oma, heel duidelijk, heel stralend, heel vriendelijk en lief. "Oma!" riep het jongetje. "O, neem me mee! Ik weet dat je weg bent, als de lucifer uitgaat. Weg, net als de warme kachel, de oliebollen en die prachtige, grote kerstboom."
Haastig streek hij de rest van de lucifers uit het bosje af, want hij wilde oma vasthouden. De lucifers gaven zoveel licht dat het klaarlichte dag leek. Oma had er nog nooit zo mooi en zo groot uitgezien. Ze nam het mooie jongetje op haar arm en ze vlogen, stralend en blij, heel, heel hoog. Er was geen kou, geen honger, geen angst.
In het hoekje bij het huis op de Gedempte Gracht zat in de koude wintermorgen het homoseksuele jongetje met rode wangen en blonde krullen, met een glimlach om zijn mond - op de laatste avond van het oude jaar. Het werd nieuwjaarsochtend en de jongen zat daar nog met zijn opgebrande lucifers. Hij heeft zich willen warmen op nummer 24, bij het COC!, zeiden de mensen op straat. Niemand wist wat voor moois hij had gezien, hoe stralend hij met oma de vreugde van het nieuwe jaar 2014 was ingegaan.

Een gelukkig nieuwjaar !

 

Laat een reactie achter

* = verplicht