Hand in hand

Hand in hand lopen. Het zou niet zo’n big deal moeten zijn, of een drempel waar we overheen moeten. Ligt het probleem bij ons, de LHBT+ -community, en hoe wij er mee omgaan? Of om hoe de mensen om ons heen er mee omgaan?

Ik liep hand in hand met haar door het centrum. We waren omringd door kerstverlichting en andere mensen, die ook hand in hand liepen. Maar die mensen gaven ons duidelijk het gevoel dat wij anders waren. Samen liepen we verder. Diep in onze jassen gedoken, stonden we om de zoveel meter even stil bij een etalage van een winkel die inmiddels al gesloten was, om even te kijken. We zagen hoe mensen om ons heen hetzelfde deden, met hun geliefde. Maar wij waren ‘anders’. We liepen nog even verder, tot we het station naderden.

               “Ik legde mijn hoofd op haar rug en verstopte mijn neus diep in haar haren.”

Het was tijd om haar hand los te laten, want haar trein zou binnen tien minuten arriveren. We besloten om nog even te gaan zitten. Zij nam plaats op mijn schoot, pakte mijn armen vast en legde die om haar middel. Ik legde mijn hoofd op haar rug en verstopte mijn neus diep in haar haren. Dat is normaal, toch? Alsnog leek het alsof de mensen om ons heen het hier niet mee eens waren.

Alweer zagen we mensen naar ons kijken. We kregen dezelfde blikken toegeworpen als eerder die avond, toen we hand in hand door het centrum liepen. Soms lachten we het weg, of zongen we luidkeels ‘…hand in hand, kameraden…’. Om mensen in te laten zien dat wij ons er daadwerkelijk van bewust waren dat we aangestaard werden. Maar toen, op het station, vroeg ik me af waar die blikken goed voor waren. Ook vroeg ik me af wie er nu zo ‘aanstootgevend’ bezig waren: zij of wij?

De laatste paar minuten voordat haar trein zou komen, gingen in. Ik haalde diep adem en genoot nog even van het moment dat zij op mijn schoot zat en ik mijn armen om haar heen geslagen had. We hadden namelijk geen idee wanneer we elkaar weer zouden zien. Hoe bizar is het dan, dat je je precies in die laatste paar minuten zo bekeken moet voelen.

                 “Wat is gepast? Een knuffel? Een zoen?”

Waarom?
Toen zagen we haar trein aankomen. Ze stond op van mijn schoot en ik van het bankje. Zo stonden we een paar seconden wat ongemakkelijk tegenover elkaar. Ik wist dat dezelfde vragen die door mijn hoofd gingen, ook door dat van haar speelden: wat is gepast? Een knuffel? Een zoen? Wij waren eigenlijk nog best wel lief, besefte ik toen ineens. Wij waren bezig met het bedenken van een fatsoenlijke manier om afscheid te nemen van elkaar. Zodat de verliefde heterostellen, die elkaar overigens wel een afscheidszoen gaven, dit niet als aanstootgevend zouden ervaren.

Het was tijd voor haar om in te stappen
Ik gaf haar een stevige knuffel en besloot afscheid te nemen met slechts een bescheiden kus op haar voorhoofd. Maar zelfs dit bleek niet goedgekeurd te worden. Want dezelfde mensen die daarvoor zelf even in hun ‘verliefde moment’ zaten, keken ons opnieuw aan alsof ze water zagen branden.
Zij ging de trein in.
Ik wachtte tot de laatste wagon uit het zicht verdwenen was en liep toen de lange station trap af en werd één met de menigte reizigers die zojuist uit dezelfde trein waren gestapt. Ik werd weer als ‘normaal’ beschouwd.

Ondanks dat het een niet al te prettige ervaring was, probeer ik me er niet druk om te maken. Mensen zullen namelijk altijd blijven staren naar iets wat in hun belevingswereld afwijkt van wat normaal is. En natuurlijk weet ik wel dat je niemand kan verplichten om ergens achter te staan of om iets te accepteren. En dat hoeft ook niet.

Ieder mens is uniek
Ieder mens heeft zijn eigen denkwijze, zijn eigen mening. Enzovoort. Dat is goed, dat maakt dat wij samen met elkaar tot nieuwe inzichten kunnen komen en dingen van elkaar kunnen leren. Maar ik blijf erbij dat als ieder mens zich met zichzelf bezig zou houden, in plaats van te staren – zonder het besef dat wij, de LHBT+ -community, ons daarvan bewust is en het ons iets doet – zulke winteravonden in de met kerstverlichting gevulde binnenstad, nog net iets magischer zouden kunnen zijn.

Loes van Zanten

 

Deze column verscheen eerder in de Gaykrant en is met toestemming van Loes van Zanten bij Gay-Haarlem.nl geplaatst -red-